Belgian Art Prize in Bozar Brussel

OTOBONG NKANGA LAUREAAT

Otobong Nkanga (°1974), een in Antwerpen wonende Nigeriaanse kunstenares, is de 'eerste' laureaat van de tweejaarlijkse BelgianArtPrize. Nou ja de 'eerste', de prijs bestaat al sinds 1950 onder de algemeen aanvaarde en bekende Franstalige naam 'Jeune Peinture Belge' (JPB) of 'Jonge Belgische Schilderkunst'. Maar de laatste jaren zijn de inrichters, de vzw JPB, op zoek gegaan naar meer internationale erkenning en uitstraling en dus vond men het nodig om de prijs dit jaar luister bij te zetten met een Engelstalige en welklinkende 'BelgianArtPrize' (BAP) als trofee.

 

De opmerkelijkste vernieuwing is echter dat 7 Belgische juryleden, bestaande uit  curatoren,  verzamelaars en museumdirecteuren, vooraf 4 in ons land wonende kunstenaars hebben geselecteerd op basis van een reeds bestaande reputatie en een loopbaan die door de organisatoren als "mid-career" wordt omschreven.

Men wil op deze wijze blijkbaar vermijden om een laureaat te bekronen die het vervolgens laat afweten op het platform van de internationale kunstscene. Uiteraard hebben sommige laureaten in het verleden de verwachtingen niet ingelost maar kunstenaars zoals Marie-Jo Lafontaine,  Manon De Boer, Ann-Veronica Janssens, Berlinde de Bruyckere of Hans Op de Beeck hebben de laatste decennia dan weer glans gegeven aan hun bekroning. Het kan niet elk jaar prijs zijn.

Edith Dekyndt, Simona Denicolai & Ivo Provoost, Otobong Nkanga en Maarten Vanden Eynde kregen elk de opdracht om in de hen toegemeten ruimtes, de antichambres van Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten dat sinds jaar en dag partner is van de inrichtende vzw, een project te realiseren. Dat leverde een boeiende tentoonstelling op met maatschappelijk georiënteerde inzichten en de plaats van de kunstenaar in de hedendaagse samenleving.

IMG_20170316_115441.jpg

They Shoot Horses' van Edith Dekyndt (°1960) toont ons op magistrale wijze een fluwelen gordijn doorboord met spijkers (detail, foto New Reform). In dezelfde omgeving is de toegang tot Bozar via de Koningsstraat met een ijzeren hek afgesloten als voorzorgsmaatregel voor eventuele terreuraanslagen. Contraterend is een videofilm die een dansmarathon reconstrueert waarmee koppels in de jaren '30 een geldprijs najagen die hen in staat stelt om in hun minimale levensonderhoud te voorzien. Het kunstenaarsduo Denicolai  & Provoost (°1972- °1974) verzamelde bij een deel van de Brusselse bevolking  voorwerpen - porseleinen posturen, modelschepen, nagemaakte dieren.... -  die zich etaleren op vensterbanken achter de ramen van hun woningen. Een volks gebruik, bij zowel arm als rijk, dat al jaren wentelt in de hoofden van beide kunstenaars om er iets mee te doen. De stukken, die na de tentoonstelling terugkeren naar de plaats van herkomst,  zijn nu dus tijdelijk ondergebracht in een 'kunstpaleis' en gecatalogeerd in een pocketboekje alsof het om een gids voor een tentoonstelling van Marcel Duchamp gaat. Op de vensterbanken zijn  ze vervangen door een naamplaatje verwijzende naar Bozar. De drie werken van Otobong Nkanga beogen een reflectie te zijn op maatschappelijke veranderingen. De processen van corrosie ondermijnen vaak de ijzersterke waarden die wij ons toemeten wat geïllustreerd wordt door de sculptuur 'Steel to Rust - Slow Growth', een stalen plaat die aangevreten is door corrosie en door de kunstenares doorboord  is met laser. Zo is ook kunst voor haar onderhevig aan een proces van vergankelijkheid evenals de maatschappij die oude structuren afstoot en nieuwe oproept. Maarten Vanden Eynde (°1977) kijkt verder in de toekomst. Voor zijn deelname put hij uit zijn onderzoeksproject 'Triangular Trade' of de wereldwijde handel in grondstoffen die bepalend is geworden voor de machtsverhoudingen in de wereld en deze nog altijd sterk beïnvloed. Zo maakte hij voor deze tentoonstelling een reusachtige bobijn in een raketvorm omwikkelt met 40.015 km katoendraad, de gemiddelde omtrek van de aarde. Vanden Eynde, die ook voor de tentoonstelling '2050. A Brief History of the Future' (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten 2015) een opmerkelijke kritische bijdrage leverde met zijn sculptuur 'Plastic Reef', gevormd door in de oceaan teruggevonden  plasticafval, is een kunstenaar die ook vaak andere kunstenaars inschakelt in om in een collectief verband samen te werken, een ontwikkeling die zich als tegenpool opwerpt van het individualisme dat zich manifesteert in de samenleving.

Een 5 koppige internationale jury bestaande uit: Beatrix Ruf (directrice van het Stedelijk Museum Amsterdam), Hans Ulrich Obrist (artistiek directeur van de Serpentine Gallery in Londen), Dieter Roelstraete (co-curator van Documenta 14), Mimi Dusselier (kunstverzamelaar) en Estelle Francès Lasserre (directrice Fondation d’Entreprise) heeft het verdict geveld. Een verdict mag het wel genoemd worden. De jury oordeelde dat Otobong Nkanga , die ook is opgenomen in de Documenta14 die binnenkort van start gaat in de Duitse stad Kassel, "een vitale bijdrage levert aan het artistieke discours en de internationale kunstscene" en dus de prijs verdient. De andere kunstenaars kregen eveneens lof toegezwaaid: " ze wisten zowel lokale als internationale cultuurgeschiedenissen te vertalen in sterke werken".  Maar in een wedstrijd, want dat is en blijft deze formule uiteindelijk, is er finaal maar 1 winnaar en zijn de drie andere finalisten figuurlijk gebuisd. In het verleden leidde dit al eens tot opstootjes toen de jury in 2007 besliste om geen hoofdprijs toe te kennen. Dat de jury zich nog steeds kan vergissen kan ook blijken uit de keuze die het publiek maakte. Maarten Vanden Eynde kreeg de meeste stemmen van de bezoekers en de daaraan verbonden ING publieksprijs. De afweging van de jury is dus zeer relatief. Overigens blijkt dat de laureaten van de publieksprijs het de laatste jaren vaak beter hebben gedaan in hun verdere loopbaan dan de winnaar.

De hertekende formule van de BAP schept nieuwe verwachtingen en die zijn ook deze keer niet uit de verf gekomen bij gebrek aan motiverende argumentatie van de jury. Dat roept vragen op over de inhoudelijke betekenis die men moet hechten aan een wedstrijd als deze? Een sluitende optie is in de huidige strategie niet denkbaar tenzij men het idee van de 'wedstrijd' formule verlaat.

In zijn beginperiode -1950- had prijs een tweeledig doel: hedendaagse kunst in België bekend maken en jonge kunstenaars, min 40 jarigen, op weg zetten om na te denken over het begrip hedendaagsheid in de kunst. Een nobel doel dat geleidelijk is aangepast aan de verzuchtingen en de evoluties die de kunstwereld heeft ondergaan en ondergaat in een eveneens evoluerende maatschappelijke context. Maar het doel lijkt vandaag meer te gaan in de richting van een publicitaire strategie dan een inhoudelijke. Twee jury's hebben zich gebogen over de te maken keuzes.  Welke criteria hebben zij gehanteerd? Er zijn wel meer Belgische kunstenaars die in aanmerking komen voor een selectie maar die het om bepaalde redenen niet hebben gehaald. Komen de nu geselecteerde kunstenaars nog in aanmerking voor de prijs in de komende jaren of zijn ze definitief uitgeschakeld? Criteria kunnen daarin klaarheid brengen. Zo was de leeftijdsgrens jarenlang een duidelijk criterium. Hoeveel tijd heeft de internationale jury kunnen besteden aan haar opdracht om finaal een laureaat aan te duiden? Welke afwegingen zijn hier gemaakt? Zijn de opties genomen in functie van de presentaties in Bozar en in hoeverre hebben de mid-career loopbanen, lees CV's, een rol gespeeld?  Door de onbeantwoorde vagen ontstaat de indruk dat de organisatoren zelf in de belangstelling willen treden met de bijgespijkerde formule.

De kunstwereld is onder de invloed van de nieuwe technologieën de laatste jaren op een imposante wijze geëvolueerd naar een beeld-  en mediacultuur waardoor het begrip 'beeldende kunst' is vervaagd als te verantwoorden omschrijving van de recente evoluties. Zelfs het postmoderne beantwoord niet meer aan de nieuwe tendensen. Het aanbod aan kunstenaars is massaal toegenomen. "Het stikt momenteel van de kunstenaars in Brussel", zo omschreef de VRT de voorbije weken de periode van kunstbeurzen (Art Brussels, Indepenent ...) en galerieopeningen in de hoofdstad. 99 % van deze kunstenaars heeft nooit een prijs gewonnen, laat staan deelgenomen aan een wedstrijd. In de toekomst mogen wij ons nog aan meer (nieuwe) kunstenaars verwachten uit Aziatische, Afrikaanse , Arabische  en ons nog onbekende werelddelen waar de hedendaagse kunstbeleving de kop opsteekt. De mondialisering maakt dat mogelijk. Op zich is daar niets op tegen, temeer omdat het vaak over gebieden gaat met een hoogstaand cultureel erfgoedverleden.

Kunst is onderdeel geworden van de spektakelmaatschappij waarin wij leven. De waarde van een kunstprijs als BelgianArtPrize, en elke andere, moet in de mondiale  kunstwereld worden gezien als een voetnoot van het totaalgebeuren, tenzij men natuurlijk met de prijs beoogd om de kunstenaar een 'marketing' steuntje in de rug te geven. In dat opzet is men natuurlijk geslaagd en is men op hetzelfde pad gebleven als dat waarvoor de prijs misschien wel is opgericht.

Tot 28 mei

 

Roger D'Hondt

www.bozar.be

De commentaren zijn gesloten.