• Biennale di Venezia 2015

    ‘All the World’s Futures’ wil maatschappelijk statement maken.

    MeeussenNetwerk2.jpg

    Op 9 mei opent in Venetië de 56ste kunstbiënnale. Het beloofd een politiek getinte Biënnale te worden met een groots opgezette debatcyclus rond Karl Marx’s opus “Das kapitaal”(1867), een filosofische handleiding voor een eerlijke verdeling van rijkdom, economie en macht. In de huidige onrustige mondiale wereld is een herverdeling van de rijkdom opnieuw aan de orde. De belangstelling voor Marx’s maatschappelijke analyse is er altijd al geweest in culturele middens en wordt aangewakkerd door het massieve nieuwe boek van de Franse econoom Thomas Piketty: 'Kapitaal in de 21ste Eeuw', een bestseller die volle debatavonden trekt. De maatschappelijke betrokkenheid van de kunstenaar loopt als een rode draad doorheen de kunstgeschiedenis. De Biënnale zal het geweten hebben.

     

    okwui-enwezor-haus-kunst.jpgDe curator van de Biënnale, Okwui Enwezor (Nigeria 1963), sinds 2011 directeur van het ‘Haus der Kunst’ in München, heeft er voor gekozen om de tentoonstelling in het teken te stellen van de mondiale ontwikkelingen en hun toekomst en dit gezien vanuit het artistieke standpunt van de kunstenaar. “All the World’s Futures” is dan ook een toepasselijke titel voor een peiling naar een stand van zaken in deze wereld met de inbreng van kunstenaars. De oude kritiek op de formule van de Biënnale, die grotendeels is afgestemd op landenafvaardigingen, kan verstommen als zou blijken dat de 53 participerende landen hun afgevaardigde kunstenaars houden aan het concept van Enwezor. Het is maar de vraag of dit zal gebeuren.

    De Biënnale speelt zich traditioneel af in het met landenpaviljoenen bezette Giardini park, het Arsenale en tal van andere occasionele plaatsen in Venetië. In 1999 werd de Biënnale hervormd na de kritiek op enerzijds de landenafvaardigingen en anderzijds de wat oubollige (non)selectiecriteria. De kritiek werd ook gevoed door de Documenta in Kassel (Duitsland) die meer durf aan de dag legde en zich toespitste op de avant-garde kunst. De kritiek is blijkbaar nog niet verteerd. “Wij hebben de kritiek aanvaard, maar niet de oplossing om de paviljoenen - lees landendelegaties - te verlaten”, schrijft Paolo Baratta, voorzitter van het Biënnale comité, in een voorbeschouwing. Het concept is duidelijker geworden en de verantwoordelijkheid voor het tonen van de evoluties in de kunstwereld is beter verdeeld tussen de deelnemende landen en de Biënnale die zelf optreed als initiatiefnemer en organisator van het hoofdgebeuren. 15 jaar na de nieuwe aanpak staat ook Okwui Enwezor voor de uitdaging om de landeninzendingen te stroomlijnen naar zijn conceptnota. Het thema geeft daar in elk geval aanleiding toe.

    Het zal niet aan de Belgische inzending gelegen zijn. Ons land stuurt Vincent Meessen, een in Baltimore geboren (1971) maar in Brussel wonende “Belgische” kunstenaar met zijn project ‘Personne et les Autres’. Zijn selectie had wat voeten in de aarde door tegenwerking van de concurrentie maar past als gegoten binnen het concept dat Enwezor voor de Biënnale uitstippelde. Meessen is een kunstenaar met een sterk maatschappelijke betrokkenheid en werkt meestal in collectieve verbanden. Zo is hij mede oprichter van Normal een huis voor artistieke productie in Brussel. Zijn project wijkt alvast af van de traditie om het  paviljoen vrij te maken voor één kunstenaar. Meessen heeft er voor gekozen om 10 kunstenaars uit verschillende continenten, waaronder Afrika, uit te nodigen om samen met hem het paviljoen te vullen. Mathieu K. Abonnenc, Sammy Baloji, James Becket, Elisabetta Benassi, Patrick Bernier & Olive Martin, Tamar Guimaraes & Kasper Akhoj, Maryam Jafri, Adam Pendleton, zullen er deel van uitmaken terwijl Katerina Gregos als curator fungeert. Het Belgische paviljoen, het oudste (1907) in het Giardini park, is opgericht onder het bewind van Koning Leopold II van wie zijn “omstreden en beruchte” interesse voor het Afrikaanse continent bekend is. Van de kunstenaars in Afrika en hun geschiedenis, is weinig bekend. Het lijkt er op dat Meessen de culturele ontvoogding, die er ongetwijfeld is, wil gaan bovenspitten zodat ze een plaats krijgt in de maatschappelijke evoluties en de geschiedenis van het continent. Los hiervan zijn in het hoofdgebeuren, het door Enwezor gecureerd gedeelte, ook de Belgische kunstenaars; cineaste Chantal Akerman, Ricardo Brey – van Cubaanse oorsprong – en Sammy Baloij  - van Congolese oorsprong - aanwezig. Een aspect van het multiculturele Belgische kunstlandschap.

     

    Angelus-Novus-Paul-Klee-Walter-Benjamin-Ceasefire.jpgOkwui Enwezor heeft: ‘Angelus Novus’, een aquarel van Paul Klee, als kiem genomen voor zijn concept. Het schilderij toont ons een engel die achter zich kijkt en een storm ziet opdagen. “Een storm brengt vooruitgang zegt Enwezor en daardoor is onze missie toekomstgericht”. Een belangrijk detail is dat het werk in het bezit was van Walter Benjamin(Berlin, 1892 – Port-Bou, 1940), een invloedrijk cultuurfilosoof en kunstcriticus van linkse progressieve komaf en bovendien Jood. Benjamin heeft een omvangrijk oeuvre aan geschriften nagelaten waarin hij het heeft over de democratisering van de kunst. Maar vooral ook zag Benjamin in kunstwerken politieke, sociale en economische achtergronden. Ook ‘Angelus Novus’ beschreef hij met andere ogen dan wij zouden zien, met de ogen van een sociaal bewogen cultuursocioloog die zich afzet tegen de Europese crisis die het begin van vorige eeuw teisterde en zou leiden tot 2 wereldoorlogen. Zijn geschriften ‘Theses on the Philosophy of Histrory’ zijn recent opnieuw uitgegeven.

     

    Een eeuw later leven wij in dezelfde crisis. Oorlog is overal aanwezig. Hoe kan de onrust begrepen worden en welke creatieve oplossingen bieden de kunstenaars ons aan om de crisis in woord en beeld bevatbaar te maken voor de mensheid, is de onderliggende vraag van de curator aan de deelnemers. Sinds Marx ‘Das Kapital’ heeft de wereld een metamorfose ondergaan door de industriële revolutie(s) - zelfs in de laatste 20 jaar -, de massale migratie van volkeren en zeer recent de opduikende mondiale klimaatproblemen waar de politieke klasse blijkbaar geen uitweg voor vindt. Veranderingen die gedragingen van mensen mee bepalen en finaal ook een uitwerking krijgen in de artistieke productie.

    Een deel van de Biënnale zal worden ingenomen door gesprekken over de mythische figuur van Karl Marx en zijn vier volumes dikke boek. In het centrale paviljoen zullen 7 maanden lang, tot 22 november, dagelijks onafgebroken lezingen en debatten worden gehouden met als uitgangspunt een onderzoek naar de betekenis van Marx ideeën in de wereld van vandaag. Worden het discussies tussen supporters en tegenstanders of een politiek statement van de curator?

    Op het einde van de Biënnale wil men een stand van zaken (state of things) kunnen opmaken waaruit kan blijken in hoeverre diverse kunstvormen (beeldende kunstenaars, schrijvers, componisten, choreografen e.a.) een metafoor kunnen zijn voor wat zich afspeelt in deze wereld. Hoe ver kan hun invloed gaan? Met dit project wil men terug aansluiten op het oude uitgangspunt van de ‘Biënnale Di Venezia’ in 1893 welke tot doel had te verkennen wat er leeft in de kunstwereld. De Biënnale is geen kunstmarkt maar onderzoekt de evoluties in de kunstwereld, dit jaar met een politiek en sociaal concept als werkmethode.

    Roger D’Hondt

     

    Fotoarchief: Vincent Meeussen ‘My Last life’ detail installatie Netwerk Aalst 2011, Okwui Enwezor in het Haus der Kunst München en Walter Benjamin met ‘Angelus Novus’, collectie Israel Museum Jerusalem.