• DE FOTOCABINE ALS KUNSTATELIER

    In het museum van ‘De Botanique’ te Brussel is een tentoonstelling (tot 19/8) geopend van kunstenaars die publieke fotocabines gebruiken om kunst te maken. Een originele tentoonstelling opgezet door het Musée de l’Elysée in Lausanne. De fotoautomaat werd in 1928 voor het eerst geïnstalleerd in de straten van Parijs met het doel om in enkele minuten tijd een portretfoto af te leveren van een voor zichzelf poserend persoon. Een unieke belevenis om in de stationshal of op het openbaar domein in de cabine plaats te nemen om zonder de inmenging van een fotograaf de poses aan te nemen die men verkiest. De automaat is in de eerste plaats bedoeld om pasfoto’s af te leveren, telkens in een serie van 4. Waar men zich ook ter wereld bevindt, de automaat werkt overal op dezelfde wijze. Men neemt plaats op een bank, kijkt voor zich uit en werpt een muntstuk in de sleuf. Enkele seconden later gaat de automatische sluiter open en toe en glijd een kartonnetje met 4 dezelfde pasfoto’s uit het toestel.

    10_Anita-Cruz-Eberhard-Stitched-FAces-Red-2003-(c)-Anita-Cruz-Eberhard.jpgDe eersten die de fotoautomaat als waardevol voor kun kunstpraktijk ontdekten waren de surrealisten. Sindsdien kreeg de cabine veel kunstenaars over de vloer. In ‘De Botanique’ is een overzicht te zien van wat kunstenaars met de fotoautomaat hebben gedaan. Sommige kunstenaars gebruiken de automaat louter om het fotografisch effect ervan, anderen gebruiken hem als een instrument andere voeren er projecten in uit. De grimassen trekkende Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer bijvoorbeeld. In feite gaat het hier om een performance van Rainer de die er om bekend staat in zijn werk poses tot uitdrukking te brengen die niet onmiddellijk als ‘gewone’ lichaamstaal worden omschreven. De modale burger vindt – in dit geval de gelaatsuitdrukkingen - eerder beangstigend. Voor Rainer is de automaat de place to be om zonder beïnvloeding van externe toeschouwers zijn gang te gaan, misschien wel om helemaal zichzelf te zijn. De Amerikaanse kunstenares Anita Cruz-Eberhard plaatst een hele reeks van haar portretfoto’s naast elkaar. Haar ogen bedekt ze met een wollen “rode draad”. Daarmee wil de kunstenares haar persoonlijk proces van verandering tonen sinds haar adolescentie. De Franse Anne Deleporte verzamelt de randen van uitgeknipte pasfoto’s. Op die randen verschijnen soms nog foto details zoals haarlokken of sjaals. De identiteit is echter uit de foto gesneden. 

     

    8_Anonyme-Walter-and-I-at-the-BIG-SLIDE-ca-1970-(c)Collection-Nakki-Goranin.jpgEr zijn ook groot formaat foto’s te zien van de Duitse fotograaf Thomas Ruff. Deze zijn niet genomen in de fotoautomaat maar met dezelfde technische instelling frontaal voor de lens tegen een neutrale achtergrond.

    2_Cindy-Sherman-Untitled-1975-(c)-Courtesy-of-the-Artiost-Metro-Pictures.jpgDe Amerikaanse kunstenaars Cindy Sherman werkt met ensceneringen. Zij gaat voor de camera plaatsnemen en tracht met haar gelaatsuitdrukkingen in beeld te komen als een ander bekend persoon. In de tentoonstelling is een werk te zien uit 1975 waarbij ze, gebruik makend van de fotoautomaat, in de persoon kruipt van de populaire actrice Lucille Ball. Andy Warhol installeerde een automaat in zijn atelier en vraagt aan de bezoekers om een reeks foto’s te nemen. De foto’s worden uitvergroot en in zeefdruk op doek gebracht.

    De meest opvallende bijdrage komt van de Italiaan Franco Vaccari die sinds 1960 tentoonstellingen in “real time” organiseert. Zo stelt hij een automaat op in zijn tentoonstelling en vraagt de bezoekers om hun portret te maken. De foto’s worden aan de muur gespijkerd en de deelnemers ontvangen een certificaat van deelname. In sommige gevallen worden de foto’s hergebruikt in uitvergrotingen.

    De fotoautomaat is ondertussen vrijwel uit het straatbeeld verdwenen en dus zullen de icoontjes van de kunstenaars blijvend aan het nostalgische feit van weleer herinneren.

    RD

    www.botanique.be

    Foto boven: Anita Cruz-Eberhard, Stitched Faces, Red, 2003, montage de 43 bandes photomaton, épreuve gélatino-argentique cousues avec des fils noirs et rouges, 119 x 30 cm ©Anita Cruz-Eberhard

    Foto onder: Anonyme, Walter and I at the BIG SLIDE, ca. 1970, épreuve gélatino - argentique, environ 20,5 x 3,8 cm ©Collection Näkki Goranin

    Foto: Cindy Sherman, Untitled, 1975, épreuve gélatino - argentique, 30,5 x 20,4 cm ©Courtesy of the Artist, Metro Pictures, collection Musée de l’Elysée, Lausanne

  • 'MANIFESTA9' MAAKT GESCHIEDENIS

    De André Dumont(1) mijn te Waterschei-Genk  is tot 30 september het indrukwekkend decor voor ‘Manifesta9’, een tweejaarlijkse Europese Biënnale voor Hedendaagse Kunst, die voor het eerst sinds haar bestaan (1996) is neergestreken in ons land. Manifesta wil de Europese “gewesten” op de kaart zetten en ze via kunstbeleving een plaats bezorgen in de Europese Unie. Het is een duidelijk “politiek” statement met als uitgangspunt de rol van de kunst en de kunstenaars in de maatschappij. Ik heb de vorige edities maar van op afstand - via de digitale media - kunnen opvolgen maar wat de curatoren in Genk hebben gerealiseerd heeft zondermeer een voorbeeld functie voor projecten met hedendaagse kunst. In vele gevallen verzanden deze in de eentonigheid door een concept waarbij “tegenwoordig” veelvuldige projecties van beelden voorgaan op het aanreiken van een historisch perspectief voor de bezoekers. Manifesta 9_Venue 03.jpg

     

    Manifesta9 toont dat het ook anders kan met een meervoudig gelaagde positionering van kunst binnen een industriële evolutie kenmerkend voor de samenlevingsopbouw in de laatste 100 jaar. Als absoluut vertrekpunt van de reis krijgt men een stuk geschiedenis van de koolmijnen en haar bevoorrechte partners: de kompels. Op een zeer secure wijze worden de “sociaal artistieke levenswijzen” en gewoonten van deze mensen opgespoord en in beeld gebracht. Van de Turkse tapijtjes waarop ze hun geloof beleven, tot de uitgehouwen hoofden van kompels die de sociaal artistieke mijnwerker Manuel Duràn (ESP 1930) boetseert, tot de figuur van migrant Rocco Granata die als zanger, met uit het Italiaans vertaalde volksliedjes, de Vlaamse harten weet te veroveren en een onvoorziene welvaart brengt voor zijn familie. Een stichtend voorbeeld van ontvoogding, al heeft niet iedereen de kans gekregen om op gelijke hoogte zijn of haar creatieve talenten te kunnen exporteren naar een professionele nieuwe uitgading. Zo zijn er nog een aantal voorbeelden waaronder een reeks documentaire films die ook de politieke en sociale strijd in beeld brengen, maar het belangrijkste is dat er veel zorg is besteed aan deze presentatie waardoor het erfgoed uit de banaliteit en vergankelijkheid word gelicht in een context van hedendaagse kunst.

     

    Voor een tweede deel heeft men een prefab gebouw opgericht die een als afgesloten ruimte binnen het betonnen mijnskelet staat. De binnenarchitectuur en de opstelling van de werken ademen de sfeer van museumzalen. Men komt er in een wereld terecht waar uitsluitend aan de kunstgeschiedenis gerelateerde kunstwerken hun opwachting maken. Ze zijn afkomstig uit verschillende werelddelen, waarmee men wil beklemtonen dat koolmijnen deel uitmaken van een wereldeconomie. Alle werken hebben met het leven rond en in de koolmijn te maken, ze verbeelden de indrukken van de pays noir en het harde labeur. De kunstenaars hebben de leefomgeving van het zwarte goud goed aangevoelt maar hebben er nooit gewerkt, ze registreren. De confrontatie met het hierboven besproken erfgoed deel is heftig want hier staan en hangen werken van kunstenaars met naam en faam die in de geschiedenis van de kunst zijn opgenomen en tot eenieders verbeelding spreken! De voorstelling verwekt alvast de indruk dat men zich hier bevindt tegenover hoogstaande kwalitatieve historische kunstwerken. Het is vooral die laatste gedachte die de confrontatie bewerkstelligd waardoor het hele project in de diepte (the deep) kan gaan. Het levert verrassende oogpunten op tussen bijvoorbeeld het werk van Constant Meunier (BE 1831-1905) die trouw aan zijn oeuvre de asgrauwe mijnsites schildert en Henri Moore (ENG 1898-1986) de beeldhouwer die ‘per uitzondering’ een aantal pasteltekeningen maakt van mijnwerkers in de schachten. Daartussen ook werk van Bernd (DUI 1931-2007) en Hilla Becher (DUI1934), het kunstenaarsechtpaar uit het Ruhrgebied dat de hele wereld heeft afgereisd om de overblijfselen van de mijngebouwen op foto vast te leggen.

    VERMEIR Katleen and HEIREMANS Ronny 01.jpg

     

     

     

     

     

     

     

    In een derde luik komen een aantal kunstenaars aan bod die onmiskenbaar een pioniersrol hebben gespeeld in de (re) evolutie van de hedendaagse kunstszène. De indrukwekkende ‘Bolivian Coal Line’ uit 1991 van land-art kunstenaar Richard Long (ENG 1945) en een bergje kolen, geïnstalleerd in piramide vorm met op de top de Belgische tricolore vlag, van Marcel Broodthaers (BE 1924-1976) verwijzen naar het kapitaal aan grondstof waarover deze landen beschikken en aan duizenden mensen werk verschafte. De meest majestueuze installatie komt van Christian Boltanski (FR 1944). Een gigantische wand van oude tinnen blikken met foto’s en registratienummers van arbeiders werkzaam in de mijn van Grand-Hornu in Bergen. De baanbrekende figuur is eens te meer Marcel Duchamp (FR1887-1968). Naar aanleiding van de tentoonstelling van de surrealisten in de Galerie Beaux-arts in Parijs (1938) hing Duchamp 1200 met kolen gevulde jutezakken aan het plafond van de Galerie. Een indrukwekkende installatie die op verschillende wijzen geïnterpreteerd kan worden. Met de toestemming van de Association Marcel Duchamp heeft men dit werk gereconstrueerd. Hier krijgen wij te maken met de interpretatie van het onderwerp niet zozeer meer de registratie ervan. Zij dragen een immense verantwoordelijkheid omdat de werken die ze maken enerzijds de fundamenten van de kunstgeschiedenis overhoop halen maar tegelijk ook de basis leggen voor de actuele kunstenaars die de geschiedenis anders interpreteren.

     

    De actuele generatie is samengebracht in een vierde luik. Er is meer dan een eeuw verschil tussen het werk van de schilder en beeldhouwer van Constant Meunier, dat zich in het domein van de registratiekunst bevindt, en de performance/installatie van Ante Timmermans (BE 1976). En toch zijn er overeenkomsten. De eerste drie dagen van Manifesta9 werkte Timmermans, gezeten aan zijn bureau en omgeven door een muurhoge wand van in vellen van 500 verpakt wit offset papier, aan het bestempelen, signeren en klasseren van de papiervellen. Vel per vel geperforeerd en in ringmappen opgeborgen in een archief. De confetti ontstaan als gevolg van de perforatie werd naar een afzonderlijke tafel gebracht en gestapeld tot een molshoop. Een duidelijke verwijzing naar de kolenbergen die zich als molshopen in de vlakte rond de mijn bevinden en het klasseren van een verleden.  

    Manifesta 9_Poetics of Restructuring_NI HAIFENG 02.jpg 

    Bij het naderen van de mijn schallen uit een muur van zwarte boxen, opgesteld voor het gebouw, de geluiden van ‘de internationale’. Die gedachte van samenhorigheid, die vele kompels aan elkaar heeft verbonden, draagt men een stuk mee door de tentoonstelling. Deze is tot een geheel gesmeed, en dat moet zonder enige twijfel op het conto geschreven worden van de 3 curatoren (Cuauthémoc Medina, Katerina Gregos en Dawn Adres). De naam die men aan het project heeft gegeven: ‘The Deep of the Modern’ verwijst naar het graafwerk dat men heeft verricht om het geheel in een historische context te plaatsen en heeft tegelijk een betekenis in situ. Zonder afbreuk te doen aan de nieuwste ideeën op het gebied van tentoonstellingsopbouw hebben de curatoren geschiedenis gemaakt met een concept dat ook de minder voorbereide bezoeker aanspreekt. Ze hebben bruggen gebouwd tussen de verschillende stromingen uit de kunstwereld in de laatste honderd jaar maar ook met het publiek dat zich vooral kan terugvinden in de sociale context. Wie beweerd er niets van te begrijpen en weigert te zien wat kunst voor de maatschappij kan betekenen is als een geblinddoekte door de schachten gegaan. Deze tentoonstelling neemt men mee naar huis.

    Manifesta is al in 9 verschillende Europese plaatsen tot stand gekomen en wordt dan ook als een ‘nomadisch project’ omschreven. Het wil niet beschouwd worden als een gedoe van city marketing. Hoewel het zich afspeelt binnen Europa, gaat men netwerken in alle werelddelen. Men sluit hier, voor wat dit onderdeel betreft, aan bij het concept van de pas geopende Documenta13 die behalve in de Duitse stad Kassel ook tegelijk kunstzones creëert op voor de Kassel bezoeker onbereikbare wereldplaatsen. Bij Manifesta9 heeft men vooral het inhoudelijk parcours, voorafgaand aan de slotmanifestatie in Genk, gestalte gegeven met bijeenkomsten in verschillende Europese steden. Duidelijk een trensetter.

    Anders dan op de Documenta in Kassel of in de Biënnale van Venetië kan het nooit de bedoeling zijn om een totaaloverzicht te bieden van de actuele hedendaagse kunst. Men kan zich afvragen of dit nog mogelijk is in deze tijden? Mede door de nieuwe media is de kunstzone geen eiland meer en is ze voor iedereen bereikbaar. Nieuwe media kunnen worden gebruikt maar zorgen tegelijk voor een immense toevloed van gegevens. Dit laatste heeft er toe geleid dat de curatoren van Manifesta9 zich beperkingen hebben opgelegd en niet zijn ingegaan op de uitdaging om – overdreven – alle nieuwtjes uit de kunstwereld te tonen. Dit resulteert in een sterke selectie van 39 kunstenaars die op Manifesta9 klaarwakker voor de dag komen.

    Roger D’Hondt

     

    www.manifesta.org

     

    Foto bovenaan : mijn Waterschei-Genk

    Onder: Kathleen Vermeir (BE1973) en Ronny Heiremans (BE1973) ‘The Residence (A Wager for the Afterlife)’ video 2012. In deze videofilm krijgt de fictieve kunstenaar Ma Wen van een inversteerder de opdracht een huis te ontwerpen voor het ‘leven na de dood’. De film is een kritiek op de besmettelijkheid van het kapitalisme. (foto Kristien Daem)

    Ni Haifeng (CHI1964)  ‘Para-Production’ 2012. Installatie van tonnen aan elkaar genaaid textiel. (Foto Kristof Vrancken)

     



    [i] De ontdekker van de steenkool in Limburg