• Dennis Oppenheim

    imagesCAENZ16K.jpgMet het overlijden van Dennis Oppenheim, (°1938 Electric City, Washington - +2011 New York) verliest de kunstwereld een veelzijdig hedendaagse kunstenaar die voornamelijk een icoon is gebleken tijdens de Amerikaanse vernieuwing in de jaren ‘60/’70.

    Hij ontwikkelde zich in een kunstlandschap waarin, door de herbronning van het medium dat kunst is, veel mogelijk is geworden. Bij Oppenheim zijn ideeën daadwerkelijk kunst geworden. Het werd trouwens ook ‘zijn’ statement, dat hij deelde met andere kunstenaars, om het leven en denken van elke dag tot kunst te verheffen. In 1970 maakte hij een werk waarbij hij de duimafdrukken van zichzelf en zijn zoon op een gummiband achterliet en die dan groot liet uitrekken. Voor duiding bij dit werk wordt soms verwezen naar Michelangelo’s fresco in de Sixtijnse kapel waarin 2 mannen zittend op de grond in een gestrekte armbeweging elkaars vingertoppen raken. Deze poging van Oppenheim om zijn attitude kunsthistorisch te kaderen was echt niet nodig. Veel sterker is zijn werk ‘Reading Position for Second Degree Burn’ eveneens uit 1970. Daarin ligt de kunstenaar op zijn rug te zonnebaden met een stevig boek opengeklapt op zijn borstkas. Na enkele uren zonnebrand wordt het boek weggenomen maar blijft het zichtbaar als deel op het lichaam dat niet verbrand is door de zon. Het werk heeft meervoudige betekenissen. Zijn lichaam wordt op die wijze tot een sculptuur verheven, de inhoud van het boek is figuurlijk in zijn lichaam opgegaan en tenslotte was het ook een ‘live body-art performance’ waarbij de kunstenaar urenlang de zon trotseerde. Met dit werk positioneerde hij zich in de mainstream  van de groep ideeënkunstenaars die beïnvloed werden door de conceptuele kunst. Het is een werk (foto) dat de gehele wereld is rondgegaan en opgenomen is in talloze naslagwerken.

    Dennis Oppenheim studeerde aan het California Colllege of Arts and Crafts en de Stanford University. In 2007 kreeg hij tijdens de Vancouver Sculpture Biennale een Lifetime Achievement. Het is vooral zijn moeder die zijn toetreden tot de kunstwereld bevorderde. Hij had zijn eerste solotentoonstelling in New York in 1968 bij de befaamde John Gibson Gallery en was betrokken bij de baanbrekende tentoonstellingen als ‘Wen attitude becomes form’ die Harald Szeeman  in 1969 organiseerde in de Kunsthalle van Bern. In zijn beginjaren was zijn werk regelmatig te zien in de Galerie D te Brussel. De laatste solo tentoonstelling in België dateert van 1990 in de eveneens Brusselse Liverpool Gallery.

    Zijn werken situeren zich aanvankelijk in kunstrichtingen zoals Land en Body Art. Dat liet hem ook toe met redelijk eenvoudige technieken zoals foto, film en later video te werken. Deze uitvoeringsvorm was door het begrip desacralisering van de kunst ingegeven. Kunstenaars lieten het canvas als drager vallen voor het zogenaamd dematerialiseren van de kunst die tegelijk democratisering in de hand moest werken. Samen met tijdsgenoten als Robert Smitson en Walter De Maria begon hij met het maken van vergankelijke sculpturen in landschappen waarin hij figuren uitsneed in de bodem en in maaivelden. Het waren de eerste werken van kunstenaars in relatie tot de natuur en het milieu. Dat de maatschappelijke context van de protestmaatschappij aanwezig was blijkt uit het werk  ‘Landslide’ (1968). Hij creëerde een enorme bank van los vuil in de buurt van afrit 52 van de Long Island Expresweg in het centrum van Long Island.

    Oppenheim.jpg

    In het midden van de jaren 1970, na een vermoeiende periode als gevolg van de fysieke eisen die body art stelde, ging hij over tot het maken van ‘automatische marionetten’, een vorm van sculptuur die verwees naar zijn donkere humor en theatrale neigingen. Oppenheim rekende als het ware tijdelijk af met de kunstwereld, wellicht omdat de ideeënkunst waar hij voor stond hem niet meer voldoende inspireerde. Hij kende ook een bewogen privé leven en betrok zijn kinderen in zijn creaties. “De kunst van Oppenheim was tegelijkertijd gedreven en lusteloos, onbevreesd en opportunistisch”, schrijft de New York Times.  Volgens de krant kwam hij duidelijk onder de indruk van tijdgenoten als Vito Acconci, Robert Smithson, Bruce Nauman, Alice Aycock (met wie hij getrouwd was in de vroege jaren 1980) en Claes Oldenburg. 

    Later evolueerde het werk naar installaties van monumentale sculpturen met een architecturale achtergrond. Dat zijn controversieel werk niet altijd aanvaard werd bleek nog in 2005. Toen plantte hij in de openbare ruimte van Vancouver de grootschalige sculptuur ‘Device to Root Out Evil’ (1997) neer, voorstellende een kerk onderste boven gekeerd met de torenpunt in de grond. De gemeenteraad van Vancouver liet het in 2008 verwijderen en leende het voor 5 jaar aan de stad Calgary.

    In het kader van de tentoonstelling ‘Inside Installations’ presenteerde het SMAK te Gent zijn installatie ‘Battered Tears’ (1994) opgebouwd uit twee monumentale tranen die motorisch gestuurd in de ruimte ronddraaien. Tussenin hangen twee monitors waarop een figuur te zien is, wandelend op een loopband. De figuur lijkt van de bezoeker weg te lopen maar er is meer aan de hand: twee bokshandschoenen bengelen op zijn rug en het masker op zijn achterhoofd geeft hem een ietwat zwaarmoedige houding mee (ref SMAK). Het typeert eigenlijk toch wel een beetje de sfeer waarin Oppenheim de laatste 20 jaar van zijn leven werkte.

     

    Roger D’Hondt

  • Censuurdebat “Kijkverbod”

     

    DSC_0023 (2).jpg

    Omdat Jan Verhaeghe, Brugs conceptueel kunstenaar, het standbeeld 'De jonggehuwden'  (De Geliefden) van Livia Canestraro en Stefaan Depuydt tijdelijk had voorzien van een signalisatielint met daarop het woord 'kijkverbod', is hij veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 12.500 euro en publicatie van het arrest, wegens inbreuk op het auteursrecht van Canestraro en Depuydt. Volgens het hof van beroep van Antwerpen heeft Verhaeghe een inbreuk gepleegd op het ‘bestemmingsrecht’ van de beide kunstenaars. Een onredelijk verdict én buiten proportie, dat niet alleen een zweem van censuur met zich meedraagt maar waarmee ook een bedenkelijk precedent werd geschapen.

    Jan Verhaeghe nam in de periode dat Brugge de titel van culturele hoofdstad van Europa droeg (2002) niet alleen dit ene beeld onder handen, maar ook nog 20 andere, waarmee hij een discussie wilde uitlokken over het oubollige beleid betreffende kunstwerken in openbare ruimte. Na vrijspraak door de rechtbank van eerste aanleg van Brugge en vrijspraak door het hof van beroep van Gent, oordeelde het Hof van Cassatie dat een verkeerde toepassing was gemaakt van de auteurswet. De zaak kwam zo terecht bij het hof van beroep van Antwerpen, met het gekende gevolg. De vrije meningsuiting van de kunstenaar is na de uitspraak van het gerecht zoek geraakt.

     

    Als reactie op het arrest van het hof van beroep van Antwerpen organiseren een aantal verontruste mensen uit de culturele wereld, met de medewerking van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent, een debat over kunst en expressievrijheid in de openbare ruimte. Plaats van afspraak: maandag 21 februari 2011 in de De Zwarte Zaal, Campus Bijloke, Louis Pasteurlaan 2, 9000 Gent. Het debat start om 20.00 uur en is gratis toegankelijk.  

     

    .

     

    De volgende sprekers zullen dieper ingaan op de zaak:

     

    Prof. dr. Dirk Voorhoof (hoogleraar Universiteit Gent) zal het hebben over auteursrecht en kunstexpressievrijheid, mede aan de hand van een aantal recente cases en illustraties van kunstcitaat en parodie. Hij publiceerde onlangs, samen met de Brusselse advocaat Benoit Michaux,  over een zaak van Kuifje-parodieën en zal ook de kritiek die het juridisch tijdschrift Auteurs & Media  gepubliceerde op het ‘kijkverbod’-arrest nader toelichten.

     

    Prof. dr. Willem Elias (gewoon hoogleraar, decaan faculteit Psychologie en Educatie-wetenschappen VUB) schreef een vrije tribune in bovenstaand vaktijdschrift.

    Hij zal zijn visie geven op de zaak van het ‘kijkverbod’.

     

    Johan Debruyne (kunstcriticus <H>art) is sinds jaar en dag medestander in de strijd tegen ‘het sluikstort van bronzen onzin’ (cfr. Roland Patteeuw op @rt words-@rt works!-debat in 1999) in de Brugse binnenstad. Hij zal een stand van zaken schetsen en toekomstplannen toelichten.

     

    Roger D'Hondt (freelance curator, oprichter New Reform) is moderator van het debat. Roger was in 2008 curator van de tentoonstelling 'van Provo tot nu, kunst in een sociaal politieke context' in het Cultuurcentrum De Werf in Aalst. Het vierde nummer van 2008 van het vrijzinnig humanistisch tijdschrift DenderBruggen was toen de knappe publicatie bij deze tentoonstelling. Deze publicatie wordt nu door Roger in boekvorm verwerkt.  In dit boek zal ook de 'kijkverbod'-zaak opgenomen worden.

     

     

    Meer info via www.censart.be

     

     

  • Hervé Fischer: een nieuwe natuur

    04 Signalisation imaginaire.jpg

    Het Musée d’art Moderne in het zuid Franse stadje Céret presenteert de eerste grote retrospectieve van de Franse kunstenaar en filosoof Hervé Fischer (Bourg-la-Reine °1941). Fischer maakte in de jaren 70 furore met zijn beweging ‘Art sociologique’. Ze werd gedragen door een ‘statement’ waarin hij de klassieke schilderkunst zonder toekomst verklaarde. Hij publiceerde er verschillende boeken over, verscheurde al zijn schilderijen en vroeg aan kunstenaars van uit de hele wereld om hetzelfde te doen. Een groot aantal kunstenaars stuurde hem werken op die hij dan in stukken scheurde en om hygiënische redenen verpakte. De collectie ‘verscheurde kunstwerken’ maakt deel uit van de retrospectieve. Fischer positioneerde zich met zijn acties openlijk tegen het materialisme in de kunstwereld en daaraan gekoppeld de commercialisering van kunst als product van een maatschappij. Schilderijen werden vervangen door stempels (tampons) en signalisatiepanelen verschenen in de straten van het quartier Saint Germain-des-Prés te Parijs met waarschuwingen over kunst. Hij installeerde zich in galerijen en musea met zijn ‘Pharmacie Fischer’. Bezoekers voerden met hem gesprekken en hij leverde een attest af met voorzorgen voor de benadering van kunst. In 1972 pakte het museum van Céret al uit met een grote tentoonstelling van zijn werk als oprichter en theoreticus van ‘L’art Sociologique’.

    Lees verder www.welkunst.com