• Kunst op Straat, (van Provo tot nu)

    Vanaf de jaren zestig hebben kunstenaars (beeldende kunst, muziek, theater e.a.) zich nadrukkelijk gemengd in maatschappelijke debatten én zich manifest ingezet voor humane initiatieven. De kunstenaar als maatschappijkritische geest manifesteert zich bij voorkeur op straat (happening, graffiti) en trekt resoluut aan de kar van een beweging waarin de ‘vrijheid van meningsuiting en vernieuwing’ centraal staan (protest songs, straattheater, bevrijdingsfilms, fugitive cinema, Bok-literatuur,..)’. In Antwerpen kwamen, mede onder de invloed van kunstenaars, krakerbewegingen tot stand die leegstaande gebouwen omvormden tot ateliers (1960). Het ‘artistieke statement’ waarmee een bekende kunstenaar als Roger Raveel in de zeventiger jaren wijst op de vervuiling van de Leie en het Brugse Minnewater is een ander voorbeeld van maatschappelijke betrokkenheid. Behalve het feit dat de kunstenaars het libertijnse denken propageren in hun artistieke realisaties hebben ze zich ook ingeschakeld in projecten van ‘vrije meningsuiting en culturele ontvoogding’ en initiatieven die worden gedragen door een maatschappelijke visie. Kunstenaars ontwerpen affiches of springen in de bres (veilingen) voor: vrouwenbewegingen, Dolle Mol, stadskranten, bewonerscollectieven, vredesbeweging, krakers, redding De Morgen, 0110-concerten... Veel van die kunst speelt zich af op straat en maakt een belangrijk deel uit van het openbare leven. Benadrukt moet worden het emancipatorische en democratische karakter van straatkunst (geen entreegeld). Marcel Broodthaers speelt daar op in door in Brussel bankbiljetten van 50 BEF te verscheuren aan de ingang van het Paleis voor Schone Kunsten (tegen de strafwet in), som die werd gevraagd als entreegeld voor een ‘culturele’ manifestatie’. Tegelijk zijn er ook kunstenaars die van de straat hun domein maken om kunst, in haar puurste betekenis, te laten ontstaan (Daniel Dewaele, Luc Deleu, Mass Moving…). Ook deze artiesten beïnvloeden het maatschappelijk patroon. Tegelijk is er in het spoor van de democratisering een niet te miskennen nevenfacet ontstaan. ‘Het kunstwerk’ zelf wordt een stuk goedkoper door de uitgaven van betaalbare grafiek, edities die het mogelijk maken dat ‘iedereen’ kunst in huis kan halen. De methodiek van de kunstenaar is geëvolueerd. Kunstenaars uiten zich nu ondermeer door te schilderen op vrijplaatsen zoals muren van leegstaande panden, tunnels, tram- en treinstellen. De interculturele dialoog via kunst is een nieuw gegeven in het maatschappelijke project dat kunst is. Dat deze statements dikwijls terug te vinden zijn in drukbewoonde volksbuurten verklaart veel over de geaardheid. Ook tentoonstellingen verplaatsten zich de voorbije jaren naar het openbare domein (Chambre d’Amis.).

    In opdracht van het Centrum voor Morele Dienstverlening Aalst compileer ik tegen oktober 2008 een expositie over het emancipatorische karakter van kunst in Vlaanderen. De tentoonstelling wil de artistieke invloed van ‘(straat)kunst’ op het vrije denken en het emancipatorische karakter van Vlaanderen in beeld brengen. De Provojaren vormen het beginpunt. Aan de hand van archieven, fotomateriaal, film- én kunstwerken uit openbaar en privé-bezit zal een reconstructie worden gemaakt van belangrijke gebeurtenissen die bepalend zijn geweest voor deze beweging en de invloed op de maatschappelijke ontwikkelingen in Vlaanderen belichten. Momenteel verzamel ik zo veel mogelijk gegevens over het onderwerp en inventariseer ik de belangrijkste gebeurtenissen. Er zijn mij een redelijk aantal feiten bekend. Echter alle informatie die kan bijdragen tot de volledigheid van het project is welkom. Ik zou het zeer op prijs stellen, indien u over gegevens beschikt, mij hiervan op de hoogte te brengen en deze oproep te verspreiden.

    Roger D'Hondt, curator