Algemeen

  • Van ICC tot chocolaterie

    De krant De Morgen (21/12/2009) laat weten dat het voormalig Internationaal Cultureel Centrum (ICC) aan de Meir in Antwerpen op 27 maart 2010 een gloednieuwe bestemming krijgt: het heropent als “chocolaterie en brasserie”. Danny Devos, kunstenaar, stichtend lid en ex-voorzitter van het ‘ICC Stakeholder in een Omgeving voor Actuele Kunst’ reageert verbolgen:

     

    Ruim 10 jaar geleden, op 2 februari 1998 werd dat ICC gedurende 10 dagen bezet door een actiegroep van kunstenaars, uit protest tegen de plannen van de Vlaamse Regering om dit icoon van hedendaagse kunst in België zonder meer te sluiten.

    Het ICC werd door wijlen Koning Boudewijn, alweer na een toendertijds protest van kunstenaars, in 1970 'aan de kunstenaars geschonken' met de garantie dat de culturele bestemming van het gebouw gehandhaafd zou worden.

    In de jaren '70 en '80 ontpopte het ICC zich dan ook tot epicentrum van hedendaagse kunst en werd het een internationale springplank voor heel wat Belgische kunstenaars, en een ontmoetingsplaats voor toonaangevende buitenlandse avant-garde kunstenaars.

    Op een debat aan het eind van de 10-daagse bezetting in 1998 beseften toenmalig Minister van Cultuur Martens (CD&V), Antwerps cultuurschepen Antonis (CD&V) en Gouverneur Paulus (VLD) dat ze de kunstenaarsgemeenschap tegen het hoofd gestoten hadden en sloegen ze de handen in elkaar om de intussen opgerichte belangenbehartiger van de Beeldende Kunstenaars, het NICC, te ondersteunen.

    Wegens dringende restauratiewerken in het ICC zocht het NICC toen elders onderdak. De wens van wijlen Koning Boudewijn evenwel indachtig beloofden de overheden de identiteit van het ICC te bewaren en een culturele bestemming te garanderen. Als inzet kreeg alvast de Antwerpse stadsvzw 'Antwerpen Open' er royale lokalen toegewezen.

    Tijdens de ambtstermijn van Minister van Cultuur Anciaux (Spirit/SP.A) bleef het buiten een discussie over het meubilair, stil rond het ICC. Er kwam weliswaar een inhaalbeweging voor de Beeldende Kunst, en een Kunstendecreet dat ondermeer de instellingen een professioneel kader zou bieden. Blijkbaar niet voor het ICC.

    Kersvers Minister van Cultuur Schauvliege (CD&V) is nog maar net geïnstalleerd, en met stille trom herrijst daar het ICC, als chocolaterie en brasserie.

    Ik kan aannemen dat volgens Minister Schauvliege chocolade de mensen dichter bij elkaar brengt dan hedendaagse kunst dat doet. Persoonlijk vind ik dit evenwel een belediging. In de hoop dat andere kunstenaars dat ook vinden kijk ik uit naar 27 maart 2010 voor een volgende veldslag in de Revolutionaire Strijd tegen het Culturele Onrecht in België.

     

    Danny Devos

     

  • Gagarin

    Wilfried Huet (°1940 Antwerpen) is een bezige bij in de hedendaagse kunstwereld. Jarenlang (1981-1991) was hij de drijvende kracht achter de Galerij van de Academie (GA) in het dorpje Waasmunster, gelegen langs de E40 tussen Gent en Antwerpen. In 2000 was hij de bedenker van het ‘kunst/tijd/schrift’: Gagarin, de kunstenaars in hun eigen woorden. Het concept is even simpel als duidelijk; kunstenaars publiceren hun eigen geschriften met als speciale notie ofwel in opdracht geschreven voor Gagarin of nooit eerder gepubliceerde teksten. Sommige bijdragen zijn te beschouwen als kunstwerken op zich, andere zijn de perfecte aanvulling van…. en verduidelijken visies die niet altijd opgemerkt worden in het oeuvre van de kunstenaars. Gagarin is geen uitzondering, maar de volgehouden inspanning van de uitgever/redacteur Wilfried Huet en de conceptuele maar sobere lay-out maken dat het tijdschrift een collectors item is geworden. Getuige daarvan de aankopen door wereldbekende musea en bibliotheken.

    Het concept is ontstaan uit de woorden van conceptueel kunstenaar John Baldessari: “Spreken over kunst is geen kunst. Spreken kan kunst zijn, maar dan is het geen spreken over kunst”. Zuiverder kan het niet verwoord worden. 

    In het SMAK te Gent wordt de volledige editie van Gagarin tentoongesteld. Vanaf het eerste nummer tot heden (nr. 19) is Gagarin blad per blad in een tijdsband aan elkaar geplakt. Niet de meest gebruiksvriendelijke wijze om een tijdschrift te lezen waarvan het pocket formaat veel beter in de hand ligt. Het tijdschrift wordt zo een statisch geheel, wat zeker niet de bedoeling kan zijn geweest bij het bedenken van het concept. Zelfs al gaat het om teksten, de gevoelswaarde van een boek is helemaal weg. Maar gelukkig worden de zalen ook aangevuld, op even sobere wijze als het concept van het tijdschrift, met werken van kunstenaars die aan Gagarin hun medewerking hebben verleend. Op geen enkel ogenblik wordt de aandacht van het tijdschrift afgewend. Bovendien organiseren het SMAK en Gagarin op 13 maart in het museum een nachtelijke happening die volledig in het teken zal staan van het tijdschrift. Performances, lezingen, filmvertoningen, een concert door Manfre Du Schu (°1959 Wenen) en een panel gesprek moeten het 10 jarig bestaan van Gagarin en een toekomstige samenwerking met het SMAK in de verf zetten.

    Roger D’Hondt

    www.gagarin.be

     

  • Michel François eindelijk in het SMAK

    Het Museum voor Hedendaagse Kunst (SMAK) in Gent presenteert tot 10 januari een overzichtstentoonstelling uit het oeuvre van Michel François. Een kunstenaar die, zo lijkt het, wat onopgemerkt doorheen het kunstlandschap reist. Opdrachten voor koningshuizen zijn hem vreemd, idem grootsprakerige oneliners, geen gestampte reclame maar doelbewuste keuzes maken van hem de kunstenaar die hij is: redelijk maatschappijgericht en niet te kaderen in de (kunst)markt. Het SMAK, en volgend jaar het I.A.C. in Villeurbanne, hebben er goed aangedaan de kunstenaar met een overzichtstentoonstelling uit zijn stelling te halen. Niet dat François een onbekende grijze muis is, zijn deelnames aan de Biënnale van Venetië (1999) en Documenta  9 in Kassel (1992) bewijzen het tegendeel, maar zijn integere handelswijze om in de openbaarheid te treden maakt deel uit van zijn levenshouding als mens en kunstenaar.

    235

    Bovendien: zelfs al zou Michel François werken verkopen aan verzamelaars en musea – wat zeker het geval is -, zijn oeuvre is er eigenlijk niet op afgestemd. Het is immers nooit afgewerkt maar steeds evoluerend, altijd onderweg en zich aanpassend aan de dagelijkse werkelijkheid. De geleidelijke weg die M. François tot op heden heeft afgelegd is zondermeer indrukwekkend, boeiend en vernieuwend. Een oeuvre dat gelezen kan worden in de tijdsgeest waarvan het deel uitmaakt. Zijn kunst is niet afzijdig gegeven de maatschappelijke realiteit en dat maakt het zo onwaarschijnlijk interessant en geestelijk vernieuwend. François heeft zo van die ideeën die een aanvulling zijn van de maatschappelijke evoluties die zich in de wereld rondom hem (Autoportrait contre nature, 2001)voltrekken of ze zijn gebald in een synthese die raak het doel treft (zie grote zaal). Zijn installaties zijn nauwelijks te benoemen met het klassieke jargon van de premiejagende kunstcriticus. Ze lijken mij een aaneenschakeling van fragmenten die hem in zijn maatschappelijk nest zijn bijgebleven en via zijn artistiek onderzoek een blijvende vorm hebben gekregen. De opeenstapeling van deze feiten maakt van de tentoonstelling een soort park waar je stuit op impasses, maar waar ook de mogelijkheden worden aangereikt om uit te breken. Dat M. François de architectuur van de vorige tentoonstelling (Dara Birnbaum) recycleert in zijn oeuvre heeft met deze thema te maken. De verbeelding mag spreken maar hergebruik van materialen in functie van milieuactivisme en het doorbreken van economische wetmatigheden is een thema dat M. François aansnijd en ook voor kunstenaars en musea van toepassing is. Je vindt het gebrek aan doortastendheid overal in de maatschappij terug. Voor sommigen is de gelatenheid voor anderen een troosteloos gebrek aan aanpakken. Van op je luie kont kijken naar wat gebeuren zal is een typerend maatschappelijk product geworden.

    Het indrukwekkende feitenmateriaal dat M. François in het SMAK opwerpt toont aan hoezeer de kunstenaar als een gids de mensen kan leiden. En eigenlijk is dat ook zijn taak. Waar de mensheid faalt, is de kunstenaar aanwezig om het glas (ijs) te breken. Zodoende maakte hij ook een gids voor de bezoekers van ‘Plans d’évasion’. Het is een oriëntatienota ontstaan in het atelier van de kunstenaar. De plattegrond legt uit waar u zich bevindt in de tentoonstelling, maar tegelijk is het plan ook een signaal om terug orde te scheppen in de chaos die de maatschappij vandaag is geworden en zal zijn als we niet ingrijpen. Het gedachtegoed van de filosoof Plato die de maatschappij wou ordenen is ver verleden tijd op zowel urbanistisch, ecologisch vlak maar in de politiek. De splinterdelen waaruit de maatschappij vandaag is samengesteld spelen zeker mee in de benadering door François van diezelfde maatschappij.

    cactus-grav

    ‘Walk through a line of neon lihgts’ zijn 400 neonbuizen die als een bed op de grond liggen en als een vluchtweg in het midden doorlopen zijn. Het werk simuleert het grillige parcours van de Sans Papiers. In ‘Pièce à conviction’ reconstrueert hij het schoeisel dat bootvluchtelingen dragen in de hoop dat hun voetafdrukken niet worden opgemerkt als ze stranden in de nieuwe wereld? François haalde het voorbeeld uit een foto die werd afgedrukt in ‘Le Monde’!

    In een van de centrale zalen verenigt Michel François een aantal van deze maatschappelijke elementen tot één geheel. Op de grond ligt een plattegrond van een gevangeniscel, kijkend naar de hemel ziet de bewoner van de cel een grote hoeveelheid aan draden opgehangen paardenbloemen, aan de straatzijde verbrijzelde ruiten die als een puzzel in elkaar haken en uitgeven op de wijde wereld, een kalken muur met in gotische letters uitgekapt ‘Pas Tomber’ en een blijvend kunstwerk uit de collectie van het SMAK: ‘Ich’ van Bernd Lohaus. Veel van deze opmerkelijke installaties vormen ‘het proces’ in het oeuvre van deze kunstenaar. Sommige zijn gebald en uitgesproken, andere vragen doortastend kijken. Het in vraag stellen van het werk als mede van uw eigen observatie is een noodzakelijk gegeven dat niet weg te banen is uit het oeuvre.

    Als sinds jaren geeft Michel François ook kunst weg. Veel van de situaties die hij oppikt legt hij vast in foto’s die dan op groot afficheformaat worden gereproduceerd en ‘gratis’ ter beschikking zijn. Bekend is ondermeer zijn foto van gesigneerde (door Sans Papiers?) reuzencactussen die hij terugvond in een tropisch woud (afb).Voor de bezoeker van het SMAK is de glasschervenpuzzel beschikbaar. Het is een mooi gebaar dat aantoont dat de kunstenaar Michel François geen exclusieve uitoefent voor verzamelaars, maar gewoon iedereen er wil van overtuigen dat kunst een maatschappelijk fenomeen is, wat met deze tentoonstelling ook is gebeurt.

     

    Roger D’Hondt

    Foto's SMAK

  • 1967: zedenschendende optreden Yoko Ono in Knokke

    Het Britse muziektijdschrift The Stool Pigeon publiceerde recent (11/09/2009) een interview met Yoko Ono (Tokio 1937). In het interview verwijst Ono op een ‘anekdotische’ wijze naar een optreden tijdens het EXPRMTL filmfestival dat van 25 december 1967 tot 1 januari 1968 in het Casino van Knokke werd gehouden. Ono kwam samen met enkele andere dames en heren naakt op de scene van het casino en dat verwekte toen heel wat ophef. Yoko Ono werd bij verstek veroordeeld tot 3 maanden gevangenis en een geldboete. Ze heeft de straf nooit moeten uitzitten omdat ze op het ogenblik van de uitspraak niet in België was en dus niet kon worden aangehouden. Uit het interview blijkt dat ze later, tijdens een reis met John Lennon, Europa en dus ook België per auto doorkruiste. “Toen ik in België kwam vertelde ik aan John wat er was voorgevallen en dat ik mogelijks gearresteerd kon worden voor de feiten. Zo doorkruiste ik België op de vloer van de auto” zegt ze.

    In de periode voor ze John Lennon leerde kennen was Ono bekend als fluxus kunstenares. En zo kwam ze op het experimenteel filmfestival in Knokke terecht waar van haar een film werd vertoond. Het festival werd gekenmerkt door een aantal merkwaardige feiten die door de media bestempeld werden als “schandaal” en “de naakte invasie van Knokke”. Hugo Claus liet er zijn beruchte toneelbewerking van ‘Marieke Van Nijmegen’  Masscheroen opvoeren. In het stuk werd de Heilige Drievuldigheid uitgebeeld door 3 naakte mannen. Claus kreeg hiervoor 4 maanden gevangenisstraf aangesmeerd en een forse geldboete. De advocaat van Claus,  de bekende Gentse strafpleiter John Bultinck, zou er later in slagen om in beroep de straf om te zetten in een voorwaardelijke straf.

    Tijdens het festival trad ook de Franse happeningkunstenaar Jean Jacques Lebel (Neuilly sur Seine 1936) op. De Pro Justitia van 4 januari 1968, opgesteld door het Parket van de Procureur des Konings te Brugge, vermeld dat “de paus van de happenings in Frankrijk” Jean Jacques Lebel heeft opgeroepen om een “miss festival” te verkiezen waarna hij een 5 tal personen op het podium heeft geroepen. Drie mannen en twee vrouwen verschenen op het podium waarbij “een Japanse vrouw die haar borsten bedekte met een bordje waarop het nummer 6 vermeld was, doch waarvan de sexe volledig onbedekt en duidelijk zichtbaar was”. Volgens de Pro Justitia waren er 500 mensen in de zaal en duurde  de happening een 3 tal minuten. Uit de verhoren in de Pro Justitia blijkt dat op het filmfestival zelf van Yoko Ono de film “Number Four” werd vertoond.

    Volgens Yoko Ono, in The Stool Pigeon, zocht Lebel naar mensen om de happening uit te voeren en is zij daar op ingegaan maar  ”was het niet haar werk als kunstenares” en “waren er vrouwen in het publiek die de naaktscènes vies vonden”.  Hier doelde zij waarschijnlijk op Jeanne Rousseau, echtgenote van de De Groef René directeur van het Casino. Scotland Yard lichte haar vervolgens in dat ze voor de feiten werd vervolgd in België. Naast Claus, Lebel en Ono werd ook de Amerikaanse kunstenaar Anthony David (New York 1937) veroordeeld die samen met Ono op het zelfde adres in Londen woonde. Claus en Lebel gingen later in cassatie bij het hof in Gent.

    Het experimenteel filmfestival baadde in de sfeer van de happenings en protestacties tegen de oorlog in Vietnam en de kleinburgerlijkheid. De gebeurtenissen kregen heel wat weerklank in de pers. Zelfs Der Spiegel bracht foto’s van de happenings  en de BRT stuurde een filmploeg.

     

    Roger D’Hondt                                                             

  • The State of Things, chaotische show

    In het kader van Europalia is in Bozar te Brussel “The State of Things” geopend, een tentoonstelling die een stand van zaken wil opmaken over hedendaagse kunst in China en België. Voor de samenstelling werden Luc Tuymans en Ai Weiwei aangesproken, twee kunstenaars met een reputatie. Dat ze ook als curatoren voor deze tentoonstelling werden gebruikt legt een schaduw over ‘The State of Things’. De verwachtingen worden hoog gesteld, de media aandacht aangezogen. Maar kunstenaars – met bovendien weinig tijd – zijn geen curatoren. Het is een beetje zoals trainers van een voetbalploeg die zelf ook spits willen spelen. De vergelijking (persbericht) met de vroeger in het Centre Pompidou georganiseerde tentoonstellingen Paris/New York en Paris/Moskou slaat nergens op. Daar ging het om gelijkgestelde steden, nu gaat om 2 culturen met een erg uiteenlopende geschiedenis die de relevantie van de hedendaagse kunst mee beïnvloeden. Voor alle duidelijkheid Weiwei en Tuymans zijn niet met eigen werk aanwezig in de tentoonstelling.

     Het is begrijpelijk dat de voor ons onbekende hedendaagse Chinese kunst via een connectie – Ai Weiwei – toegankelijk wordt gemaakt. De hedendaagse kunst is er blijkbaar nog niet georganiseerd zoals in Europa en dus moeten wij ons behelpen met de relatieve contacten die Weiwei er heeft als bevoorrecht kunstenaar.

     Hier liggen de kaarten wel anders. In het goedgeorganiseerde kunstmarkt gebeuren van België moet Tuymans keuzes maken bij de collega kunstenaars. Niet iedereen is daar even gelukkig mee en zo ontbreken een aantal ‘figuren’ maar ook ‘nieuwe talenten’. In gelijk welke situatie zal het ontbreken van kunstenaars in een overzicht discussies opwekken. Maar zeker voor Tuymans is dit een heikel punt zodat hij zichzelf in het persbericht van Bozar indekt met: “een subjectieve diagnose”. Daar had een curator  -niet kunstenaar-  aan kunnen verhelpen. Bijvoorbeeld door, gelet op de beperkte ruimte, selectiever op te treden. Nu lijkt deze complexe ‘show’ eerder op een vooroorlogse opeenstapeling van kunstwerken ingestuurd door de kunstenaars. Bovendien ontstaat de indruk dat de Belgische kunst de Chinese wil overtroeven.

    De rode draad wordt gevormd door de zogenaamde ‘confrontaties’ van deze kunstwerken.  Niet alle confrontaties zijn te begrijpen. De opstelling in zaal 22 bv waar een sculpturaal stilleven van Jan Vercruysse (°1948) hangt tegenover een monumentaal “laatste avondmaal” van Liu Xiadong.  Het ruimtevolume van de zaal, met ook nog werk van oa Wim Delvoye (°1965) en Sven Augustijnen (°1970), is bovendien ontoereikend om de presentatie aanvaardbaar  te maken.  Zo zijn er wel nog enkele opstellingen. Zoals die passage met video/dvd projecties van Johan Germonprez (°1962), Jos de Gruyter (°1965) & Harald Thys (°1966) en Lin Yilin (°1964). Ook hier wordt de zelfstandigheid van elk werk onderdrukt door het confrontatiegevoel.  Natuurlijk kan men enkel werken met het beschikbare materiaal maar enige onderzoek voor een prestigieus project als Europalia is wel op zijn plaats.

    Wat weten wij van de hedendaagse Chinese kunst? Heel weinig. Een voorstelling van haar geschiedenis, hoe beperkt ze ook is, en welke invloeden hebben gespeeld om haar te ontwikkelen is een noodzakelijk kwaad om de status ervan in te schatten, om wat in Bozar wordt getoond te begrijpen.  Bij gebrek aan context is niets uitzonderlijks mij opgevallen al zal in China zelf de confrontatie wel scherper uitvallen.  Wij bekijken het door een andere bril omdat we ook de geschiedenis van de hedendaagse kunst in Europa als basis meedragen. Tegen deze westerse achtergrond is er weinig nieuws te rapen in China. Met dit gegeven als uitgangspunt  is de confrontatie met België frappant. China is zeer lang blijven stilstaan bij een eeuwenoude traditie in de voorstelling van maatschappelijke beelden. Ik vermoed dat onze kunstenaars in China de ogen zullen openen als deze tentoonstelling in 2010 zal opgevoerd worden in het National Art Museum of China in Beijing.

     Als wij de evoluties in de Chinese kunst moeten afleiden uit het oeuvre van Ai Weiwei (°1957) dan stellen zich vooral vragen naar de authenticiteit van de Chinese hedendaagse kunst. Enkele jaren geleden toonde het Caemerklooster in Gent een beperkt maar degelijk overzicht van zijn werk. De westerse invloed, hij  vestigde zich in New York, vermengde er zich met zijn afkomst en leverde mooie confrontaties op. Het vermengen van Chinese en westerse culturen is sinds enkele jaren een pad dat hij bewandeld. Op Documenta 12 in 2007 nodigde hij 1001 chinezen uit om deze vermaarde kunstmanifestatie te bezoeken. Tegelijk probeert Weiwei zijn invloed in China te verhogen met politieke confrontaties en het naar buiten brengen van de zwakke maatschappelijke elementen  in de Chinese samenleving. In zijn selectie van de Chinese kunst is daar weinig van te merken. Dat roept vragen op omdat kunstenaars in de geschiedenis dikwijls de voorbode zijn van een morele, culturele en politieke revolutie. Er is dus nog een hele weg te gaan in China. Hopelijk kan deze tentoonstelling in het  National Museum of China iets openbreken. In dat geval is The State of Things, ondanks de vele onvolkomenheden, geslaagd.

     

    Roger D’Hondt     

    www.bozar.be